Menu

Dan maar in de uitverkoop? door Maarten Donkers

Nu het stof rondom de huisvesting van V&D is opgetrokken, is het goed om hier met wat gepaste afstand naar te kijken. Ik zie in de opinievorming grofweg twee stromingen. Aan de ene kant een groep van experts die ‘al lang’ voorspelde (waar dan? wanneer dan?) dat V&D geen toekomstperspectief meer heeft. En aan de andere kant de nostalgische consument, die het  doodzonde  vindt als V&D uit het straatbeeld verdwijnt. Radio 1 vroeg het aan het winkelend publiek. Het resultaat? Louter steunbetuigingen. Best grappig dat experts vaak dingen zien, die degenen waar het over gaat toch heel anders ervaren.


Beste stuurlui staan aan wal
Wat mij vooral opvalt, is het ‘ogenschijnlijk’ gemak waarmee V&D door sommigen als kansloos concept wordt afgeserveerd. De argumenten klinken logisch: teveel middensegment, stoffig imago, niet vernieuwend. Vlees noch vis dus. Zo werd op een vastgoedsite openlijk gepleit om V&D maar failliet te laten gaan; een zegen voor het Nederlandse winkellandschap. Wat vind ik daar eigenlijk van? De laatste keer dat ik bij een V&D binnen was, kan ik me niet meer heugen. Laat staan de laatste keer dat ik een bijdrage aan de omzet leverde. Maar is dat dan een reden om alles maar in de uitverkoop te doen? Het feit dat anderen nog altijd bereid zijn een slordige € 600 mln. in de kassa’s van V&D te laten vloeien, zegt toch veel meer dan mijn eigen uitgavepatroon? 


Alternatieven
Stel nu dat het toch mis gaat met V&D. Is dit dan inderdaad een ‘zegen’ voor de Nederlandse winkelmarkt? Ik denk het niet. Ik ben ooit in mijn werkende leven begonnen met de simpele les dat A1 locaties in Nederland gedefinieerd konden worden als alle gebieden tussen Hema, C&A en V&D. De oude, vertrouwde ankers voor winkelgebieden, die garant stonden om massa’s consumenten te trekken. Maar dat zijn vervlogen tijden. Zo super zijn die locaties van V&D vandaag de dag niet meer. Wat aangeeft dat er wel degelijk iets aan de hand is.

 

Een derde van de V&D-filialen staat niet (meer) in het echte middelpunt van de stad. En dan gaat het meestal ook nog om de wat kleinere steden. Denk aan Goes, Purmerend of Vlaardingen. V&D gebruikt ruim 75.000 m2 op locaties die minder dan 10.000 passanten trekken. En stel dat het dan mis gaat. Hoe verhuur je veel meters op plekken waar nog maar weinig mensen komen? Een alternatief is er niet. Dat is niet mijn definitie van een ‘zegen’.


In de voet schieten
Vanuit bedrijfseconomisch perspectief klinkt het logisch dat V&D bijvoorbeeld dezelfde kant op gaat als de Bijenkorf, en zich echt concentreert op de meest rendabele winkels in de grotere steden. Maar wat betekent dit voor het winkellandschap? Zeker als in haar kielzog allerlei andere retailers volgen. Ik pleit er niet voor om zieltogende formules koste wat kost in stand te houden. Maar laten we onszelf ook niet bij voorbaat in de voet schieten, en er zonder meer vanuit gaan dat het verdwijnen ervan onze binnensteden verbetert. Die logica gaat er bij mij niet in. Om die gedachte wat kracht bij te zetten, ben ik afgelopen zaterdag weer eens een V&D binnen gelopen. En om eerlijk te zijn, het viel nog niet eens tegen.

Foto Donkers, M.M.H.M  Maarten Donkers
  Hoofd Research
  FGH Bank

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Reageren